Eiseres maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering per 13 november 2022, omdat het UWV had vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank beoordeelde het beroep op 20 februari 2024 en stelde vast dat de medische beoordeling van het UWV niet voldoende gemotiveerd was, met name ten aanzien van het niet aannemen van een urenbeperking wegens energetische redenen.
Het UWV baseerde haar besluit op verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige rapporten, waarin werd geconcludeerd dat eiseres geschikt was voor diverse voorbeeldfuncties. Eiseres voerde aan dat haar psychische klachten en de noodzaak tot rustmomenten onvoldoende waren meegewogen, en dat zij door haar aandoening niet acht uur per dag kan werken.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep weliswaar zorgvuldig had onderzocht, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking wegens energetische beperkingen werd aangenomen. Het dagverhaal van eiseres toonde juist aan dat zij veel rustmomenten nodig heeft en beperkt actief is.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beoordeling te verrichten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.