Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De toelichting op dit vonnis
.De rechtbank zal daarbij bijzondere voorwaarden opleggen op de wijze zoals zij deze aan het einde van dit vonnis heeft geformuleerd.
2.De tenlastelegging
feit 2: op 15 december 2023 opzettelijk 752,36 gram cocaïne, 47,72 gram MDMA en 15,32 gram heroïne aanwezig heeft gehad;
feit 3: in de periode van 1 september tot en met 15 december 2023 in Zwolle voorbereidingshandelingen heeft gepleegd met betrekking tot de handel in harddrugs;
feit 4: in de periode van 15 december tot en met 16 december 2023 in Zwolle twee vuurwapens voorhanden heeft gehad;
feit 5: op 17 januari 2022 in Zwolle heeft geprobeerd om met een gestolen bankpas op naam van [naam 1] geld op te nemen bij een pinautomaat;
feit 6: zich op 17 januari 2022 in Zwolle schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van genoemde bankpas.
zijnde (telkens) een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
[adres 2] en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
opzetheling.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
opzetheling;
jeugddetentievoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten als verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte (zich) gedurende de proeftijd:
- (of zoveel korter als de reclassering nodig vindt) meldt bij Reclassering Nederland in Zwolle op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zolang deze instelling dat nodig vindt;
- meewerkt aan diagnostiek en aan een ambulante behandeling die daar eventueel uit voorkomt door Transfore of een soortgelijke forensische GGZ-instelling;
- verblijft bij een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en als de reclassering dat nodig vindt;
- een (door de reclassering te bepalen) zinvolle dagbesteding heeft in de vorm van school of werk, voor zolang de reclassering dat nodig vindt;
- houdt aan de veiligheidsafspraken vanuit de gemeente.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen;
tenuitvoerleggingvan de
werkstrafvan
80 (tachtig) urendie de kinderrechter van rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, bij vonnis van 21 juli 2022 aan verdachte voorwaardelijk heeft opgelegd.