Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1 primair), dan wel hem heeft bedreigd (
feit 1 subsidiair), onder dreiging met geweld geprobeerd heeft geld van [slachtoffer 2] af te nemen (
feit 2 primair), dan wel hem heeft bedreigd (
feit 2 subsidiair) en openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] (
feit 3). Ook wordt [verdachte] verweten dat hij op genoemde dag een vleesmes heeft gedragen (
feit 5), op 2 mei 2023 in Steenwijk een boksbeugel voorhanden heeft gehad (
feit 4) en op 14 juli 2023 in diezelfde plaats een verboden nepvuurwapen voorhanden heeft gehad (
feit 6).
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
afpersing;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de straf
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
afpersing;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, voor de duur van
80 (tachtig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende volgende voorwaarde niet is nagekomen: de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;