Eisers hebben beroep ingesteld tegen meerdere lasten onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen aan hen heeft opgelegd vanwege overtredingen van milieuregels op een varkenshouderijbedrijfslocatie. De overtredingen betroffen onder meer opslag van agrarische stoffen zonder de vereiste voorzieningen en lozingen in strijd met de milieuvergunning.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft aangetoond dat alle eisers als overtreder kunnen worden aangemerkt, mede vanwege de verwevenheid van de bedrijven en de feitelijke leiding. Het controlerapport van 19 mei 2021 bevatte voldoende bewijs van de overtredingen. De rechtbank volgt eisers niet in hun stellingen over onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de overtredingen.
De rechtbank wijst ook het verzoek om verlenging van de begunstigingstermijnen af, omdat deze niet onredelijk kort waren. De kostenvergoeding voor de bezwaarfase wordt geweigerd omdat de intrekking van enkele lasten niet te wijten was aan onrechtmatigheid. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat een gelijke vergoeding reeds in een gerelateerde zaak is toegekend en de procedures samenhangen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eisers geen recht hebben op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.