Verzoekster heeft het UWV verzocht om een schadevergoeding van € 2.858,63 wegens juridische kosten die zij maakte door het niet tijdig uitbetalen van haar Ziektewet-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af waarna verzoekster de rechtbank inschakelde.
De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om over dit verzoek te beslissen omdat de schadeoorzaak niet valt onder de reikwijdte van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hoewel het besluit van 28 februari 2018 onrechtmatig was verklaard door de Centrale Raad van Beroep, is de schade niet het gevolg van dat besluit, maar van het feitelijke nalaten van het UWV om tijdig te betalen.
De rechtbank benadrukt dat de bestuursrechter alleen bevoegd is om schade te beoordelen die het gevolg is van een bestuursbesluit, niet van feitelijke handelingen of nalatigheden. Verzoekster kan zich daarom wenden tot de burgerlijke rechter voor haar schadeclaim.
Wel veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster wegens onjuiste informatie over de bevoegdheid van de bestuursrechter. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.