Uitspraak
RECHTBANK OVERIJJSEL
[partij A],
[partij B 2],
[partij B 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 juli 2023
- de akte overlegging productie (27) van [partij B] d.d. 28 september 2023
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 10 oktober 2023
- de akte uitlating tevens overlegging productie (28) van [partij B] d.d. 24 oktober 2023
- de conclusie na getuigenverhoor van [partij A] d.d. 22 november 2023
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor van [partij B] d.d. 20 december 2023.
2.Samenvatting
3.De verdere beoordeling
in conventie
“welke ouder waren voor 1 januari 2021 en derhalve geen krachtvoer kregen in de genoemde periode tot 1 november 2021”.
“Ik ben er niet bij geweest dat het kalfje geëuthanaseerd is, maar ik hoorde dat van de familie [partij A]. Ik kan me niet meer voor de geest halen of die kalveren die bij het zieke kalf liepen wel of geen beschikking hadden over voer”) en ook de getuigen [getuige 4] (ziet hiervoor onder 3.7.) en [getuige 5]
(“Ik ben op 11 oktober op het bedrijf geweest samen met [getuige 2] . Wij troffen zeg maar gerust een puinhoop aan, we troffen een ziek kalf aan en we zagen dieren de geen brok kregen en de bak die ik noemde was ook niet gerealiseerd”) doen dat. Deze getuigen leggen echter geen verband tussen het geven van te weinig krachtvoer aan dat kalf en de noodzaak om het te euthanaseren. Evenmin verwijzen de schriftelijke bewijsstukken die [partij A] na 5 juli 2023 in het geding gebracht heeft daarnaar.