ECLI:NL:RBOVE:2024:1758

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
3 april 2024
Zaaknummer
08.072342.22 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld en vernieling bij voetbalwedstrijd

Op 11 september 2021 vonden na de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en FC Utrecht ongeregeldheden plaats in Enschede waarbij stenen werden gegooid naar supportersbussen en auto's, wat leidde tot beschadiging van voertuigen. Verdachte werd door de politie geïdentificeerd als de persoon die stenen gooide, aangeduid als NN3.

De officier van justitie legde verdachte ten laste dat hij openlijk geweld had gepleegd en opzettelijk goederen had vernield. Tijdens de terechtzitting op 19 maart 2024 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging geconcludeerd dat verdachte vrijgesproken moet worden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat op basis van het dossier en de zitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte de persoon NN3 is. Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.

Het vonnis werd uitgesproken op 2 april 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Almelo, onder voorzitterschap van mr. E. Venekatte, met mr. J. Wentink en mr. A.M.G. Ellenbroek als rechters.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij openlijk geweld en vernieling heeft gepleegd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.072342.22 (P)
Datum vonnis: 2 april 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 maart 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A.C.J. Nettenbreijers en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op
11 september 2021 in Enschede openlijk geweld heeft gepleegd en daarbij opzettelijk goederen heeft vernield.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 11 september 2021 te Enschede openlijk, te weten in/op Colosseum 65 (stadion Grolsch Veste), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een of meerdere auto’s door een of meerdere stenen, althans een of meerdere harde voorwerpen, tegen althans in de richting van, die auto’s te gooien, terwijl hij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsmotivering

4.1
Inleiding
Op 11 september 2021 heeft in Enschede de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en
FC Utrecht plaatsgevonden in voetbalstadion De Grolsch Veste. Na die wedstrijd zijn ongeregeldheden ontstaan tussen supporters van FC Twente en supporters van FC Utrecht.
Daarbij werden stenen gegooid in de richting van de supportersbussen en auto’s van supporters van FC Utrecht, waardoor auto’s zijn beschadigd. Verdachte is door de politie geïdentificeerd als de stenen gooiende persoon NN3. De vraag die beantwoord moet worden, is of verdachte NN3 is.
4.2
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben aangevoerd dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte persoon NN3 is, zodat verdachte van het hem ten laste gelegde vrijgesproken moet worden.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. J. Wentink en
mr. A.M.G. Ellenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
Mr. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.