De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan een vergunninghouder voor het gebruik van een bijgebouw als Bed & Breakfast (B&B), in strijd met het bestemmingsplan. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen deze vergunningverlening. De rechtbank heeft eerder een soortgelijke vergunning vernietigd omdat deze onterecht via de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid was verleend.
In het bestreden besluit verleent het college opnieuw een omgevingsvergunning, waarbij het gebruik van het bijgebouw als B&B wordt toegestaan onder toepassing van de zogenaamde kruimelregeling (artikel 2.12, eerste lid, sub a, 2° Wabo in samenhang met artikel 4, onderdelen 1 en 9 van bijlage II Bor). De rechtbank oordeelt dat deze regeling niet van toepassing is op nieuwbouw, omdat het bijgebouw niet bestaand en vergund is maar nieuw gebouwd, waarbij de toegestane oppervlakte wordt overschreden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 20 augustus 2020. Het college moet opnieuw op de aanvraag beslissen met inachtneming van de juiste procedure, namelijk een projectbesluit waarvoor medewerking van de gemeenteraad vereist is. Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met ruim anderhalf jaar overschreden, waarvoor een schadevergoeding wordt toegekend aan eisers, deels ten laste van het college en deels ten laste van de Staat. Ook worden de proceskosten aan eisers toegewezen.