Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de mailwisseling tussen partijen en de rechtbank van 19 maart 2024
- de akte overlegging producties teven conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie met producties van JARW c.s.
- de aanvullende akte met productie van JARW c.s.
- de akte vermeerdering van eis in reconventie met productie
- de mondelinge behandeling van 21 maart 2024 ter gelegenheid waarvan beide advocaten spreekaantekeningen hebben overgelegd en de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De beslissing
3.Waar gaat het over?
4.De feiten
5.De vorderingen
in conventie
volgende week dinsdag”) verzet instelt. De gevorderde schorsing van de executie in conventie zal, gelet op het voorgaande en ter voorkoming van verdere vertraging tussen partijen, worden toegewezen totdat een eindvonnis is gewezen in verzet, of zoveel eerder als de verzettermijn ongebruikt is verstreken. Als [partij A] verzet instelt, is het vanzelfsprekend aan de voorzieningenrechter in de verzetprocedure om te beoordelen of al dan niet tijdig verzet is ingesteld. Als [partij A] geen verzet instelt voor het verstrijken van de verzettermijn, vervalt de schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het verstekvonnis van 14 maart 2024. De verzettermijn bedraagt vier weken na de omstandigheden genoemd in artikel 143 lid 2 Rv Pro. Naar de voorlopige inschatting van de voorzieningenrechter is deze termijn op zijn laatst aangevangen op het moment van de dagvaarding in de onderhavige procedure, omdat [partij A] het vonnis van de verstekprocedure als productie bij die dagvaarding heeft gevoegd.