Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
Partij A vordert betaling van een factuur voor een geleverde kuiptent aan partij B, die weigert te betalen vanwege vermeende gebreken en te late levering. Partij B eist vergoeding van extra liggeld en herstel van de kuiptent. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van te late levering en dat een gebrek niet is vastgesteld omdat partij A geen gelegenheid is gegeven om herstel uit te voeren.
De kantonrechter stelt vast dat de betaalafspraak van partij B onvoldoende is onderbouwd en dat zij de factuur moet voldoen. Het beroep op opschorting faalt omdat geen tekortkoming door partij A is bewezen. De vordering tot vergoeding van 2,5 week liggeld wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van een overeengekomen termijn en overschrijding.
De vordering tot herstel van de kuiptent wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de kuiptent gebrekkig is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens een onjuiste aanmaning. Partij B wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van de factuur en wettelijke rente, vorderingen tot vergoeding liggeld en herstel worden afgewezen.