Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling
“om 2 en 18 april samen te voegen tot één datum”niet wordt gevolgd. Deze gang van zaken houdt uitsluitend een processuele beslissing in ten aanzien van het verloop van de behandeling en afdoening van de beroepszaken van verzoekers en de door hen verzochte voorlopige voorziening(en).
zou hebben gezegd’.Hierdoor is de wrakingskamer van oordeel dat onvoldoende vast staat dat de rechter dit daadwerkelijk heeft gezegd, althans niet op een zodanige wijze dat dit meteen bij de verzoekers zelf al de indruk heeft gewekt dat de rechter partijdig was.
6.De beslissing
ongegrond.