ECLI:NL:RBOVE:2024:1850
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs toepassing diergeneesmiddelen zonder dierenartsdiagnose
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte B.V. die werd verdacht van het toepassen en voorhanden hebben van antibiotica aan kalveren zonder voorafgaande inspectie of diagnose door een dierenarts. De tenlastelegging betrof drie feiten in perioden tussen oktober 2018 en april 2019 op verschillende locaties.
De verdediging stelde primair dat verdachte geen rol had bij de handelingen met de kalveren en geen eigenaar was. Subsidiair werd aangevoerd dat diergeneesmiddelen alleen na klinische inspectie waren toegediend en dat onvoldoende bewijs bestond dat middelen voorhanden waren voordat kalveren aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte eigenaar, houder of hoeder van de kalveren was, noch dat zij de diergeneesmiddelen in ontvangst had genomen, in voorraad hield of toepaste. Diverse verklaringen en documenten wezen op andere betrokken partijen als houder en verzorger.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank verklaarde de officier van justitie ontvankelijk en stelde vast dat de dagvaarding geldig was en zij bevoegd was. Het vonnis werd gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. H. Manuel en mr. F.M.A. ’t Hart.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij diergeneesmiddelen zonder dierenartsdiagnose heeft toegepast of voorhanden had.