Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
1 november 2023 tot aan heden;
Rechtbank Overijssel
Partij B huurt sinds februari 2022 een zelfstandige woonruimte van partij A. Per 1 oktober 2023 had partij B een huurachterstand van circa drie maanden, een bedrag van €5.126,60. Partij A vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand en lopende huurtermijnen. Partij B voert verweer dat betalingen zijn gedaan en stelt in reconventie dat de woonruimte gebreken vertoont, waardoor huurprijsvermindering gerechtvaardigd is.
De rechtbank constateert dat partij B geen betalingsbewijzen heeft overgelegd en dat de huurachterstand vaststaat. Daarnaast heeft partij B onvoldoende onderbouwd dat gebreken aanwezig zijn, dat partij A daarvan op de hoogte is gesteld en dat een ingebrekestelling is gedaan. De gestelde gebreken en overlast zijn niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand een toerekenbare tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De vordering tot huurprijsvermindering wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De ontbinding geldt met ingang van het vonnis en ontruiming dient binnen 14 dagen na betekening plaats te vinden. Partij B wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, lopende huurtermijnen, gebruiksvergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en lopende huurtermijnen; de huurprijsvermindering wordt afgewezen.