Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van oplichting;
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
- het niet-vergoede gedeelte van de creditcard: € 5.000,--;
- de aanschafkosten voor een nieuwe laptop: € 635,--.
8.De vordering tenuitvoerlegging (met parketnummer 10.286538-20)
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
medeplegen van oplichting;
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
benadeelde partij [slachtoffer]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ten aanzien van het bewezen verklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 5.635,-- (vijfduizend en zeshonderdvijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
63 (drieënzestig) dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
overige niet-ontvankelijkis in de vordering, te weten een deel van € 1.000,--, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
tenuitvoerleggingvan
gevangenisstrafvan
6 (zes) maandendie de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 4 mei 2021 aan verdachte voorwaardelijk heeft opgelegd.