Uitspraak
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van 8 december 2023;
- de brief van 13 december 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
Gedaagde kocht elektrische fietsen van eiser en zou de factuur verrekenen met een factuur voor meubels die eiser bij de zoon van gedaagde had gekocht. Door het faillissement van het bedrijf van de zoon werden de meubels niet geleverd. Eiser vordert betaling van de factuur voor de fietsen en een schadevergoeding voor de duurdere vervangende meubels.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde verplicht is de factuur van de fietsen te betalen omdat de meubels niet geleverd konden worden door het faillissement en dit risico voor rekening van gedaagde komt. Het verweer dat een fiets niet deugdelijk was, faalt omdat deze inmiddels goed functioneert.
De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden door de duurdere meubels. De prijsverschillen kunnen ook verklaard worden door verschillen in functionaliteit. De wettelijke rente vanaf dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur fietsen met rente en incassokosten, schadevergoeding wordt afgewezen.