ABN AMRO verstrekte een krediet van €20.000 aan bedrijf 1 B.V., waarbij de gedaagde zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor terugbetaling. Na ontbinding van bedrijf 1 B.V. en het uitblijven van betaling, stelde ABN AMRO de gedaagde aansprakelijk voor het gehele bedrag inclusief rente en incassokosten.
De gedaagde voerde aan dat sprake was van een particuliere borgstelling met een maximumbedrag van €20.000, omdat het krediet bedoeld was voor een hobby van de gedaagde en niet voor de normale bedrijfsuitoefening. De kantonrechter oordeelde dat de borgstelling zakelijk was, gelet op de kredietovereenkomst en de rol van de gedaagde als bestuurder en aandeelhouder.
De gedaagde werd geacht in verzuim te zijn vanaf 1 januari 2019 en is aansprakelijk voor de volledige gevorderde som van €24.956,36 inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.