ECLI:NL:RBOVE:2024:2023
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Verzoeker had meerdere besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo ontvangen waarin zijn bijstandsuitkering werd ingetrokken en teruggevorderd, waarna hij bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is aangevangen op 30 juli 2021, de datum waarop het bezwaarschrift werd ontvangen. De totale duur van de procedure tot intrekking van het beroep op 13 februari 2024 bedroeg circa 31 maanden, wat de redelijke termijn met 7 maanden overschrijdt.
De overschrijding wordt verdeeld over de bestuursrechtelijke fase (2 maanden) en de rechterlijke fase (5 maanden). Op basis van de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt de schadevergoeding van € 1.000,- proportioneel verdeeld, waarbij het college € 285,71 en de Staat € 714,29 moet vergoeden. Verzoeker heeft geen proceskosten gemaakt en er is geen griffierecht verschuldigd.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt het college en de Staat tot betaling van de respectievelijke bedragen aan immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt het college tot betaling van € 285,71 en de Staat tot betaling van € 714,29 wegens overschrijding van de redelijke termijn.