Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- [medewerker Kinderbescherming] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad.
2.De feiten
[het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2016.
Rechtbank Overijssel
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het toevoegen van haar achternaam aan die van haar dochter, geboren in 2016, op grond van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG). De vader gaf geen toestemming, waardoor de moeder een rechterlijke beslissing zocht op grond van artikel 1:253a BW.
De rechtbank nam kennis van het procesverloop, waaronder schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling met gesloten deuren. De vader voerde aan dat de wetgever expliciet heeft bepaald dat een gecombineerde geslachtsnaam alleen kan worden gekozen bij instemming van beide ouders, en dat wijziging niet in het belang van het kind zou zijn.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het verzoek, stellende dat een gecombineerde achternaam zonder ouderlijke overeenstemming de langdurige strijd tussen ouders zou symboliseren en het belang van het kind niet dient.
De rechtbank concludeerde dat de moeder niet-ontvankelijk is omdat de wet geen rechterlijke vervangende toestemming toestaat bij gebrek aan overeenstemming. De huidige geslachtsnaam blijft gehandhaafd, en elk van de ouders draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vervangende toestemming voor een gecombineerde geslachtsnaam van haar dochter.