De vrouw vordert nakoming van het ouderschapsplan door de man en betaling van diverse kosten voor hun minderjarige zoon, waaronder opleidingskosten, grote uitgaven en medische kosten zoals orthodontie. De man voert verweer dat afspraken over opleidingskosten vervallen zijn door aanpassing van de kinderalimentatie en betwist de aard en omvang van de gevorderde kosten.
De kantonrechter stelt vast dat het ouderschapsplan een overeenkomst is die nakoming afdwingbaar maakt en dat de wijziging van kinderalimentatie niet automatisch leidt tot verval van andere financiële afspraken. De opleidingskosten worden als gebruikelijk en noodzakelijk erkend, waarbij een gelijke verdeling van de kosten passend is. Voor enkele kosten ontbrak voldoende onderbouwing, waardoor die vorderingen worden afgewezen.
Ten aanzien van grote uitgaven is overleg vereist en het ontbreken daarvan leidt tot afwijzing van de vordering. Voor orthodontiekosten is vastgesteld dat medische noodzaak bestaat en ondanks het ontbreken van overleg dient de man op grond van redelijkheid en billijkheid bij te dragen. De totale toegewezen vordering bedraagt € 961,75. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.