ECLI:NL:RBOVE:2024:2084
Rechtbank Overijssel
- Proces-verbaal
- J.Th. Pauw
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen parkeerboete voor verhuurd voertuig
De rechtbank Overijssel behandelde op 3 april 2024 het beroep van een bedrijf tegen een parkeerboete opgelegd aan de kentekenhouder van een verhuurd voertuig. De betrokkene stelde dat de overtreding plaatsvond tijdens een verhuurperiode en deed een beroep op artikel 8 sub b van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
Tijdens de zitting gaf de kantonrechter partijen gelegenheid hun standpunt toe te lichten. De gemachtigde van de betrokkene was niet aanwezig, maar had schriftelijk toegelicht dat de huurovereenkomst doorliep tot de volgende huurder het voertuig verplaatste, zoals bepaald in de algemene voorwaarden. De officier van justitie stelde dat het beroep ongegrond moest worden verklaard.
De kantonrechter oordeelde dat het tijdstip van constatering van de overtreding bepalend is voor het moment van de gedraging. Uit het ingediende tripreceipt bleek dat het voertuig om 10:44 uur was geparkeerd door de laatste huurder, terwijl de overtreding werd vastgesteld om 13:00 uur. De algemene voorwaarden stelden dat de huurperiode alleen eindigt wanneer de klant dit via de app beëindigt en het voertuig vergrendelt. Omdat de huurperiode was beëindigd vóór de overtreding, kon artikel 8 WAHV Pro niet worden toegepast.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak vermeldde tevens de mogelijkheid tot hoger beroep onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt ongegrond verklaard omdat de huurperiode was beëindigd vóór de overtreding.