Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
gemachtigde voorheen mr. J. Engels die zich heeft onttrokken, thans procederend in persoon.
Rechtbank Overijssel
Partij A had een zorgverzekering bij Univé waarvoor meerdere maanden premie onbetaald waren gebleven. Univé vorderde betaling van de openstaande premies over zes maanden in 2022, vermeerderd met rente en incassokosten. Partij A erkende het bestaan van de verzekeringsovereenkomst uit 2009, die niet was beëindigd, maar stelde dat zij zich autonoom had verklaard en de verzekering wilde opzeggen. Univé stelde echter dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat er een wettelijke verplichting tot zorgverzekering geldt en partij A geen alternatieve verzekering had afgesloten of een verklaring als gemoedsbezwaarde had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van Univé tot betaling van de premies, rente en kosten toewijsbaar was. De tegenvordering van partij A, bestaande uit immateriële schadevergoeding, proceskosten en een bedrag gerelateerd aan het CAK, werd afgewezen. De rechtbank stelde dat Univé niet aansprakelijk is voor het CAK en dat de immateriële schadevergoeding niet voldeed aan de wettelijke criteria. Ook de proceskosten werden afgewezen omdat partij A in het ongelijk werd gesteld.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en bekrachtigde het verstekvonnis van februari 2023, met een aanpassing van de eis tot het volledige bedrag van openstaande premies en kosten. Partij A werd veroordeeld tot betaling van de kosten van de verzetprocedure. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter R.F. van Aalst op 9 januari 2024.
Uitkomst: Partij A wordt veroordeeld tot betaling van openstaande zorgpremies, rente en kosten; het verzet wordt ongegrond verklaard.