Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1] V.O.F.,
2.
[partij A 2],
3.
[partij A 3],
[bedrijf 1],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de aanvullende producties 46 tot en met 48 van [partij A];
3.De feiten
rechtbank] en sub 3 [[partij A 3],
rechtbank] per ingangsdatum in het advieskantoor op gelijkwaardige basis zullen participeren en voornemens zijn de onderneming over drie tot vijf jaar over te nemen van vennoot sub 1 [[partij B],
rechtbank] en voort te zetten;
- vennoot sub 1: 1/3 deel
- vennoot sub 2: 1/3 deel
4.Het geschil
5.De beoordeling
Nu de mededeling van [partij A 3] en [partij A 2] dat zij samen gebruik wilden maken van hun voortzettingsrecht [partij B] heeft bereikt, kan [partij B] zich er niet op beroepen dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 14 lid 3 van Pro de VOF-akte. Evenmin kan hij zich er achter verschuilen dat [partij A 2] de vennootschap in eerste instantie had opgezegd.
De stelling van [partij B] dat een handelsnaam met het woord ‘[partij B]’ erin nooit specifiek is om van een handelsnaam te kunnen spreken slaagt evenmin, nu artikel 1 Hnw Pro geen formele eisen stelt aan een handelsnaam en de vennootschap niet enkel ‘[partij B]’, maar ‘[partij A 1]’ heet.
Ten aanzien van de jaarrekening over 2022 stelt [partij B] zich op het standpunt dat die in het geheel nog niet is afgerond. Ook betoogt hij naar aanleiding van het concept van die jaarrekening dat hij de achtergrond van de post ‘dubieuze debiteuren’ niet kent en dat [partij A 2] en [partij A 3] moeten aantonen welke vorderingen oninbaar zijn, zodat de accountant die in de jaarrekening kan verwerken. Volgens [partij B] is er bovendien sprake van nagekomen baten die ook nog in de jaarrekening verwerkt moeten worden.
Indien juist is dat [partij B] ook goedgekeurde niet-declarabele uren heeft gemaakt, zullen deze in de berekening van de aan [partij B] toekomende arbeidsvergoeding moeten worden betrokken.
6.De beslissing
5 juni 2024voor akte uitlating partijen, zoals hiervoor in r.o. 5.59 is overwogen;
€ 100.000,00 is bereikt;
€ 50.000,00 is bereikt;