Eiseres huurde een woning vanaf april 2020 en betaalde een waarborgsom van één maand huur. Na verkoop van de woning in 2022 aan twee natuurlijke personen, werd de huur verhoogd en de overeenkomst in februari 2023 beëindigd. Eiseres vordert terugbetaling van de waarborgsom en een gedeeltelijke huurcorrectie van de Maatschap, die zij als verhuurder beschouwde.
De Maatschap stelt echter dat zij niet de verhuurder is; de woning is eigendom van twee natuurlijke personen sinds januari 2022, en de huur werd ook aan hen betaald. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat eiseres de huur betaalde aan een gezamenlijke rekening van deze eigenaren en dat zij de Maatschap onterecht als verhuurder heeft gezien.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres de verkeerde partij heeft gedagvaard en verklaart haar niet-ontvankelijk. De vorderingen worden daarom niet inhoudelijk beoordeeld. De Maatschap wordt niet in de kosten veroordeeld, mede vanwege eigen bijdrage aan de verwarring door vermelding als verhuurder op de verhuurdersverklaring.