Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer]van een bedrag van
€ 3.862,89(drieduizend achthonderd tweeënzestig euro en negenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2022;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit
tot betaling aan de Staat der Nederlandenvan een bedrag van
€ 3.862,89, (drieduizend achthonderd tweeënzestig euro en negenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2022, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
48 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- wijst de vordering af voor zover deze ziet op de opgevoerde proceskosten ter hoogte van € 31,26;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 1.270,00 aan materiële schade en
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 15 december 2020 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.