Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2022 tot en met 29 juni 2023 te Enschede,
althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd
en/of verstrekt en/of vervoerd,
- een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- een hoeveelheid heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij
de Opiumwet;
hij op of omstreeks 29 juni 2023 te Enschede
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
- ongeveer 155,46 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- ongeveer 3,4 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende heroïne zijnde heroïne,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
hij in
of omstreeksde periode van 14 oktober 2022 tot en met 29 juni 2023 te Enschede,
althans in Nederland,opzettelijk heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd,
-
een hoeveelheidcocaïne,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en
/of-
een hoeveelheidheroïne
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op
of omstreeks29 juni 2023 te Enschede opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 155,46gram cocaïne,
in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende cocaïneen
/of- ongeveer 3,4 gram heroïne,
in elk geval een hoeveelheid van eenmateriaal bevattende heroïnezijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden;
7 (zeven) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene en bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
bijlage, pagina’s 63 tot en met 65, voor zover inhoudend als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:
het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 april 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv;