Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
De beslissing
wijstde vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
af.
Rechtbank Overijssel
De officier van justitie vorderde op 24 november 2023 dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat van €19.025,54. De vordering werd behandeld tijdens de strafzaak op 30 april 2024, waarbij veroordeelde werd bijgestaan door zijn raadsman.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde als medepleger betrokken was bij een hennepkwekerij met 215 planten, waarvan minimaal één oogst heeft plaatsgevonden. Ondanks deze vaststelling is het op basis van de bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden dat veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft behaald uit deze oogst of andere strafbare feiten.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit vonnis werd op 14 mei 2024 uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.