Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
Groen Gas Goor B.V., uit Goor, verzoekster
het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder.
[naam 1]en
[naam 2]uit [woonplaats] (derde-partij)
Rechtbank Overijssel
Groen Gas Goor B.V. heeft bij de rechtbank Overijssel een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van 7 november 2023 van het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel. Dit besluit legt meerdere lastonderdelen op met dwangsommen vanwege geconstateerde overtredingen van de omgevingsvergunning bij een biomassa-installatie in Goor. Verzoekster richt zich in het bijzonder op vier lastonderdelen (2, 5, 9 en 14).
De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting vastgesteld dat verzoekster ten aanzien van lastonderdeel 9 reeds aan de last voldoet en dat het spoedeisend belang is komen te vervallen. Voor lastonderdeel 14 is een inspectierapport gepland en is de begunstigingstermijn verlengd, waardoor ook hier het spoedeisend belang vervalt. Ten aanzien van lastonderdelen 2 en 5 is geoordeeld dat er geen concreet zicht is op legalisatie en dat het handhavend optreden niet onevenredig is. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H.M. Hesseling en griffier C. Kuiper.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het last onder dwangsom besluit is afgewezen.