Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1],
wonende te [woonplaats 2],
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat centraal of een huurachterstand verminderd of verrekend moet worden met aanspraken van de huurder op grond van gebreken en onterecht betaalde servicekosten. De huurder betwist de huurachterstand en beroept zich op opschorting en verrekening vanwege vermeende gebreken en onterechte servicekostenbetalingen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van €4.470,00 tot en met maart 2024 vaststaat en dat de huurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van overeengekomen servicekosten of gebreken die een huurprijsvermindering rechtvaardigen. De door de huurder overgelegde medische verklaring en foto's zijn onvoldoende om gebreken aan te tonen die voor rekening van de verhuurder komen.
De huurachterstand vormt een tekortkoming van voldoende gewicht voor ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter weegt het belang van de verhuurder zwaarder dan dat van de huurder, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de huurder. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente en kosten.