Uitspraak
wonende in [woonplaats],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partij A is directeur en oprichter van partij B en vorderde in kort geding betaling van 1715 overuren en wedertewerkstelling nadat partij B de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen en haar had vrijgesteld van werk. Partij B voerde verweer en vorderde onder meer toegang tot social media accounts en verrekening van bedrijfseigendommen.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek tot wedertewerkstelling niet spoedeisend was gezien de geplande bodemprocedure en dat betaling van overuren onvoldoende was onderbouwd, mede omdat geen cao van toepassing is en geen afspraken over overwerk bestaan. Het verzoek tot betaling werd daarom afgewezen.
Wel werd geoordeeld dat partij B belang had bij toegang tot het Facebookaccount dat door partij A was aangemaakt en beheerd, maar feitelijk ten behoeve van partij B werd gebruikt. Daarom werd partij A veroordeeld om binnen zeven dagen toegang te verschaffen tot het Facebookaccount, met een gematigde dwangsom.
De overige vorderingen, waaronder een verbod op nadelige handelingen, werden afgewezen. Proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. M.J.C.M. Manders op 22 mei 2024.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van overuren en wedertewerkstelling worden afgewezen, maar partij A wordt veroordeeld om binnen zeven dagen toegang te verschaffen tot het Facebookaccount van partij B.