Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[bedrijf 2],
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 119,00
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft in opdracht van gedaagde een nieuwe 380V installatie geïnstalleerd en hiervoor op 5 april 2023 een factuur van € 2.407,90 gestuurd. Gedaagde heeft deze factuur onbetaald gelaten, waarop eiser betaling vordert vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde erkent de hoofdsom te moeten betalen, maar betwist de bijkomende kosten en stelt dat onvoldoende aanmaningen zijn verstuurd en dat hij een betalingsregeling wilde treffen. De kantonrechter oordeelt dat het hier een handelsovereenkomst betreft, waardoor gedaagde op grond van artikel 6:96 lid 4 BW Pro vanaf het verstrijken van de betalingstermijn incassokosten verschuldigd is, zonder dat een aanmaning vereist is.
Eiser heeft voldoende pogingen tot betaling gedaan, waaronder twee betalingsherinneringen en een aanmaning via gemachtigde. Een betalingsregeling is zelfs getroffen maar niet nagekomen door gedaagde. Daarom worden de bijkomende kosten, bestaande uit wettelijke rente en incassokosten van € 361,19, toegewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.769,09 plus wettelijke handelsrente en de proceskosten van € 958,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur inclusief wettelijke rente en incassokosten, en in de proceskosten.