ECLI:NL:RBOVE:2024:2765
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding ex-werknemers stichting vanwege ontbreken feitelijke werkgeversrol B.V.
De rechtbank Overijssel heeft op 27 mei 2024 uitspraak gedaan in vijf samengevoegde bestuursrechtelijke zaken betreffende de afwijzing door het UWV van compensatieaanvragen voor transitievergoedingen die een stichting had betaald aan vijf ex-werknemers.
De stichting had de arbeidsovereenkomsten met de ex-werknemers beëindigd en verzocht het UWV om compensatie van de betaalde transitievergoedingen. Het UWV wees deze aanvragen af omdat de stichting als werkgever werd aangemerkt en de B.V., waarmee de stichting financieel verweven zou zijn, niet als feitelijke werkgever kon worden beschouwd. De stichting stelde dat zij als onderneming in de zin van het Besluit compensatie transitievergoeding kwalificeert en dat de verwevenheid met de B.V. een gelijkstelling rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat de stichting terecht als werkgever wordt aangemerkt en dat de verwevenheid met de B.V. onvoldoende is om de B.V. als feitelijke werkgever aan te merken. De rechtbank verwees naar strikte jurisprudentie over vereenzelviging van rechtspersonen en vond geen bewijs dat de continuering van de stichting volledig afhankelijk was van de directeur-grootaandeelhouder van de B.V. De beroepen werden ongegrond verklaard en de stichting kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen van de stichting tegen de afwijzing van compensatie van transitievergoedingen zijn ongegrond verklaard.