Uitspraak
wonende in [woonplaats 1],
wonende in [woonplaats 2],
1.De procedure
- de aanvullende producties van de zijde van [partij A];
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert [partij A] ontbinding van een huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur door [partij B], die het gehuurde in gebruik heeft sinds 2008. [partij B] betwist dat sprake is van huur en stelt dat het een pachtovereenkomst betreft, waarbij hij het onroerend goed gebruikt voor agrarische bedrijfsvoering.
De kantonrechter onderzoekt of het contract een huurovereenkomst of een pachtovereenkomst is. De beoordeling is gebaseerd op het voorlopige oordeel over het onderwerp van het geschil, zonder bewijslevering. Uit de feiten blijkt dat [partij B] een agrarisch bedrijf exploiteert, met veehandel en landbouwactiviteiten zoals maisteelt, en dat de grond agrarisch wordt gebruikt.
[partij A] betwist dit, maar heeft onvoldoende onderbouwd dat het geen bedrijfsmatige landbouw betreft. De kantonrechter weegt ook mee dat de eenmanszaak van [partij B] bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven met landbouw en veehandel als activiteiten. Gezien deze omstandigheden concludeert de kantonrechter dat sprake is van een pachtovereenkomst.
Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de pachtkamer van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, voor verdere behandeling.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de pachtkamer van de rechtbank Overijssel.