Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
volgende feiten en omstandigheden vast.
volgende feiten en omstandigheden vast.
volgende feiten en omstandigheden vast.
volgende feiten en omstandigheden vast.
volgende feiten en omstandigheden vast.
- twee (2), althans één of meerbig(gen) is (zijn)afgevoerd op 2 april 2019 en
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, Wet Dieren, meermalen gepleegd door een rechtspersoon;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel b van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.4, eerste lid, van de Wet Dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel b (sub 5) van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel c (sub 5) van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
:opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.5, tweede lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- veroordeelde mag gedurende de proeftijd geen dieren houden voor zichzelf of voor anderen;
- toezicht op de naleving van het verbod op het houden van dieren moet worden uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (verder: de NVWA).
8.De vordering tenuitvoerlegging (84-034346-18)
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, Wet Dieren, meermalen gepleegd door een rechtspersoon;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden), begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel b van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden), begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.4, eerste lid, van de Wet Dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden), begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel b (sub 5) van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, begaan door een rechtspersoon;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid, onderdeel c (sub 5) van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, Wet dieren aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden) begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon;
opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.5, tweede lid, van de Wet dieren, begaan door een rechtspersoon;
een geldboete van € 75.000,00 (zegge: vijfenzeventigduizend euro);
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 5 (vijf) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
de gehele proeftijdgeen dieren houdt voor zichzelf of voor een ander of door een ander laat houden;
de gehele proeftijdmeewerkt aan controles op bovengenoemde voorwaarde door de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en daartoe - voor zover de controles ertoe dienen toezicht te houden op de gestelde voorwaarde - aan genoemde ambtenaren toegang verschaft tot de erven aan [adres 1] en [adres 2] en de bijbehorende weilanden, de woning en de overige op de erven aanwezige gebouwen. Aan de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit wordt de opdracht gegeven om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden;
€ 200,00 (zegge: tweehonderd euro);
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
openbaarmaking van dit vonnisna het onherroepelijk worden daarvan, met vermelding van de personalia van de verdachte, door publicatie in en op de website van een regionale krant en op de website van [verdachte] , met kosten geschat op
wijstde vordering
af.