Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1) en bij een Shell-tankstation heeft ingebroken (
feit 5);
feit 2 en 3);
(feit 4);
feiten 7 tot en met 12).
3.De bewijsmotivering
De (pogingen tot) inbraak bij de Shell gelegen aan de Broekheurne-Ring 1080 in Enschede
De auto-inbraken gepleegd op 4 januari 2024 in Enschede
Vergelijkend schoensporenonderzoek naar aanleiding van het op 29 december 2023 (feit 5) aangetroffen schoenspoor
Aangetroffen fiets bij de doorzoeking ter inbeslagname van de woning gelegen aan de [adres 2]
De bij verdachte aangetroffen lifehammer
- een (toilet)tas van het merk Sissy Boy (Velvet Stich);
- een ING bankpas op naam van [slachtoffer 4] ;
- een Ray Ban zonnebril (op sterkte);
- een carkit (dash mounted smart);
- een Ray Ban zonnebril (serienummer: [serienummer] );
- een Tom Tom navigatiesysteem (Via 130);
- een Ray Ban zonnebril.
Verklaring van verdachte
- de gestolen goederen door de gehele woning en in diverse kamers werden aangetroffen;
- verdachte in de periode van december 2023 tot en met januari 2024 in die woning verbleef;
- hoofdbewoner [naam 2] heeft verklaard dat de gestolen goederen in de woning afkomstig zijn van verdachte en [naam 3] en dat deze personen vaak ’s avond vertrokken en in de ochtend terugkwamen met spullen;
- via het marktplaatsaccount van verdachte een Prada tas en een Tom Ford parfum te koop werden aangeboden, nadat die goederen op 26 december 2023 uit een auto zijn gestolen;
- er daarnaast ook foto’s van goederen die op 9 januari 2024 in beslag waren genomen in de woning gelegen aan de [adres 2] op de telefoon die bij verdachte in gebruik was, werden aangetroffen;
- verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat [naam 3] goederen van mensen aannam in ruil voor verdovende middelen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
€ 75,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “eigen risico verzekering voor het laten maken van het raam van de auto”.
- De vordering van [slachtoffer 1] (feit 1) en [slachtoffer 5] (feit 7) zijn toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
- De vordering van [slachtoffer 2] (feit 4) is deels toewijsbaar. De gevorderde materiële schadeposten die onderbouwd zijn met een factuur zijn voor toewijzing vatbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering van de overige materiële schade en de immateriële schade.
- De benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 8) dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, bij gebrek aan onderbouwing.
pintransactie
overige schadeposten
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
primairten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
subsidiairten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
[slachtoffer 2](feit 4) toe tot een bedrag van € 887,92 (bestaande uit materiële schade);
€ 887,92(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit (feit 4) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 887,92, (zegge: achthonderdenzevenentachtig euro en tweeënnegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 17 (zeventien) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 5](feit 7) toe tot een bedrag van
€ 41,10 (bestaande uit materiële schade);
€ 41,10(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2023);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit (feit 7) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 41,10, (zegge: éénenveertig euro en tien cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van één (1) dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partijen
- bepaalt dat de benadeelde partijen