De rechtbank Overijssel behandelt een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Sr waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel door het Openbaar Ministerie is gesteld op €202.579,00. Tijdens de beraadslaging in de hoofdzaak is gebleken dat het onderzoek niet volledig was, waardoor de rechtbank niet tot een einduitspraak kon komen.
De rechtbank beveelt daarom dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat en vervolgens wordt geschorst tot een nader te bepalen tijdstip in overleg met het Openbaar Ministerie. Tevens wordt de officier van justitie opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de verklaring van de veroordeelde, waarbij het onderzoek uiterlijk op 15 september 2024 moet zijn afgerond.
Daarnaast wordt bepaald dat er een schriftelijke voorbereiding op de verdere behandeling van de ontnemingsvordering zal plaatsvinden conform artikel 511d, eerste lid, Sv. De verdediging dient voor 14 oktober 2024 een conclusie van antwoord in te dienen, waarna het Openbaar Ministerie tot 11 november 2024 kan repliceren.
De rechtbank wijst de vordering van het Openbaar Ministerie niet af, maar kan op dit moment geen einduitspraak doen vanwege het onvolledige onderzoek. De zaak wordt geschorst en zal op een later moment worden voortgezet.
Het tussenvonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle op 4 juni 2024.