Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitaantekeningen van [eiser],
- de pleitnota van [gedaagde],
Rechtbank Overijssel
Eiser is bij vonnis van 20 december 2023 veroordeeld tot betaling van een contractuele boete en proceskosten aan gedaagde. Gedaagde legde daarop executoriaal beslag op de woning van eiser. Eiser stelde dat het vonnis op een kennelijke misslag berustte en dat gedaagde misbruik van recht maakte door het vonnis te executeren. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op, waarna eiser een deel van zijn vorderingen introk.
Eiser vorderde in kort geding een verbod voor gedaagde om de onderhandse verkoop van zijn woning te frustreren door contact met derden, onder oplegging van een dwangsom. Gedaagde voerde verweer en stelde dat eiser geen belang had bij de vordering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak nu het executoriale beslag was doorgehaald en de zaak in hoger beroep nog inhoudelijk moet worden beslist. Daarnaast was onvoldoende concreet gesteld dat gedaagde de verkoop zou frustreren. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.