Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2024:3024

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
08.161654.23 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij vechtpartij in Hengelo

Op 18 december 2022 vond een vechtpartij plaats aan de Beekstraat in Hengelo waarbij twee personen werden mishandeld. Verdachte werd ervan beschuldigd openlijk en in vereniging geweld te hebben gepleegd tegen deze personen door te slaan en te schoppen.

De rechtbank baseerde zich op camerabeelden van lage resolutie waarop verdachte werd herkend door een verbalisant. Verdachte ontkende echter aanwezig te zijn op de plaats van het incident. De rechtbank oordeelde dat de onscherpe stills onvoldoende bewijs leveren om verdachte te verbinden aan het geweld.

De officier van justitie en de verdediging stelden beiden vrijspraak voor. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. De benadeelden vorderden schadevergoeding, maar deze vorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenlastelegging niet bewezen werd.

De rechtbank bepaalde dat de benadeelden hun schadevorderingen bij de burgerlijke rechter moeten indienen en dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het vonnis werd uitgesproken op 6 juni 2024 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Overijssel te Almelo.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij vechtpartij.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.161654.23 (P)
Datum vonnis: 6 juni 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 mei 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. F.M.H. van Mullekom, advocaat in Rotterdam, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte openlijk en in verenging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1]) en tegen [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2]).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 18 december 2022 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), openlijk,
te weten, de Beekstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon,
te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door op het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te slaan en/of te schoppen.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het aan hem ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het aan hem ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Op 18 december 2022 in de nacht ontstaat er, na het uitgaan, een vechtpartij aan de Beekstraat in Hengelo. De vechtpartij is opgenomen door openbare beveiligingscamera’s van de gemeente Hengelo. Op de beelden is te zien dat twee slachtoffers fors worden geschopt, getrapt en geslagen op het hoofd en lichaam. Van de camerabeelden zijn ‘stills’ gemaakt ter identificatie van (een aantal van) de verdachten. Aan de hand van deze van de camerabeelden afgeleide stills wordt verdachte door een verbalisant herkend. Tijdens het verhoor bij de politie, maar ook ter terechtzitting, heeft verdachte ontkend en heeft hij verklaard dat hij op 18 december 2022 niet aan de Beekstraat in Hengelo was en dus ook niet degene is die op de beelden en de stills is te zien.
Uit het proces-verbaal van herkenning blijkt dat de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van een drietal stills die van de videobeelden zijn afgeleid. De rechtbank stelt vast dat deze stills een lage resolutie (weinig pixels) hebben, korrelig zijn en daardoor niet scherp. Specifieke (gezichts-)kenmerken zijn op de stills niet duidelijk te zien. Hoewel de rechtbank niet kan uitsluiten dat verdachte de persoon is die op de camerabeelden is te zien, is de rechtbank daarvan op basis van een enkele herkenning aan de hand van onscherpe stills niet overtuigd.
De rechtbank acht gelet hierop niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.De schade van benadeelden

4.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
De vordering van [slachtoffer 1]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.553,40 (vijftienhonderddrieënvijftig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- € 195,00 telefoonscherm;
- € 248,40 jas;
- € 110,00 schoenen.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 1.000,00 gevorderd.
De vordering van [slachtoffer 2]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.703,25 (zeventienhonderddrie euro en vijfentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- € 95,00 rits;
- € 59,99 oordopjes;
- € 17,95 telefoonhoesjes;
- € 48,50 broek;
- € 481,81 gedorven inkomsten.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 1.000,00 gevorderd.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
De vordering heeft betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van het hem ten laste gelegde wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
[slachtoffer 1]
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;
[slachtoffer 2]
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. N.P. Heisterkamp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2024.