Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
De huurachterstand.
135,00
Rechtbank Overijssel
De huurder huurt een woning van Stichting Stedelink en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €5.276,93 tot en met mei 2024. Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de achterstallige huur met nevenvorderingen. De huurder erkent de achterstand niet te betwisten maar voert financiële problemen aan vanwege het tijdelijk verlies van zijn verblijfsstatus.
De rechtbank stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en van zodanige omvang dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro. De termijn voor ontruiming wordt vastgesteld op 14 dagen. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de wettelijke rente vanaf 28 maart 2024, en een vergoeding gelijk aan de huurprijs over de periode tussen ontbinding en daadwerkelijke ontruiming.
De rechtbank oordeelt dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van €228,00 niet toewijsbaar zijn wegens een oneerlijk beding in de algemene huurvoorwaarden. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd en begroot op €1.473,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van de huurachterstand met rente, terwijl incassokosten worden afgewezen.