Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1] B.V.,
2.
[partij B 2] B.V.,
1.De procedure
2.De zaak en het oordeel in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
ten aanzien van [partij B 1]
5.De beoordeling
.
Rechtbank Overijssel
Partij A had een boerderij verkocht aan partij B met een terugkoopoptie die op 1 september 2022 verviel. Na een geschil over de nakoming van deze optie en meerdere kortgedingprocedures, oordeelde het gerechtshof dat partij B medewerking moest verlenen aan de terugkoop. Partij A heeft echter niet voldaan aan de betalingsverplichting, waarna partij B de terugkoopoptie ontbond en ontruiming van de boerderij vorderde.
De voorzieningenrechter heeft het verstekvonnis van 14 maart 2024 bekrachtigd waarin werd geoordeeld dat partij B niet langer uitvoering hoeft te geven aan de terugkoopoptie en dat partij A de boerderij moet ontruimen. Partij A kon niet aannemelijk maken dat hij over de benodigde financiering beschikte, ondanks een e-mail die een mogelijke financiering suggereerde.
Daarnaast is geoordeeld dat partij A gebruiksvergoeding aan partij B verschuldigd is vanaf 1 februari 2024, omdat het gebruik van de boerderij na het vervallen van de terugkoopoptie niet was voorzien. Ook is partij A veroordeeld tot het afvoeren van aangevoerde grond en betaling van kosten die verband houden met handhaving door de gemeente Haaksbergen.
Verder is partij A verboden om executie te verrichten van eerdere vonnissen en arrest tot het moment dat onherroepelijk is beslist over de ontbinding van de terugkoopoptie in een bodemprocedure. De proceskosten worden aan partij A opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en partij A wordt veroordeeld tot ontruiming van de boerderij en nakoming van de kavelruilakte, met uitvoerbaar bij voorraad verklaring.