Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
2.De feiten
7 september 2022 aan [eiseres] te betekenen en het bedrag van € 32.178,44 te incasseren.
3.Het geschil
7 september 2022 te executeren/ten uitvoer te leggen;
€ 500.000,00 met betrekking tot de vorderingen I, II, en III;
4.De beoordeling
7 september 2022 te executeren of ten uitvoer te leggen komt de voorzieningenrechter onrechtmatig voor, aangezien het gaat om een onherroepelijk geworden vonnis. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)