Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
Woningstichting Tubbergen vordert ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde 1], die de huurovereenkomst heeft opgezegd en de woning sinds 2 mei 2024 niet meer bewoont. Haar ex-partner [gedaagde 2] verblijft zonder recht of titel in de woning.
De gedaagden zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van Woningstichting Tubbergen aannemelijk is, mede omdat de woning beschikbaar moet worden gesteld aan andere sociale huurders.
De rechter stelt vast dat [gedaagde 2] onrechtmatig in de woning verblijft en dat [gedaagde 1] niet bereid is de woning te ontruimen. De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van drie dagen na betekening. Tevens worden de gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening en tot betaling van proceskosten.