Eiseres, een voormalig zwemdocent, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering per 3 mei 2023, welke door het Uwv werd afgewezen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 32,58% en medische rapporten die haar beperkingen onvoldoende zwaar achtten. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit en stelde vast dat de medische rapportages zorgvuldig waren opgesteld, maar dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had gemotiveerd waarom geen verdere urenbeperking werd aangenomen ondanks de ernstige vermoeidheidsklachten van eiseres.
Eiseres bracht overtuigend naar voren dat haar post-covid klachten leidden tot ernstige energetische beperkingen, waardoor zij niet vier uur per dag en twintig uur per week kan werken. Dit werd ondersteund door verklaringen van haar gemachtigde, een Wmo-toekenningsbesluit en een ergotherapeutisch schema. De rechtbank oordeelde dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met deze beperkingen en dat het bestreden besluit daarom niet op een voldoende draagkrachtige motivering berustte.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval het Uwv aan om eiseres opnieuw medisch te beoordelen en, indien nodig, een nieuwe arbeidsdeskundige beoordeling te laten uitvoeren. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard.