Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
Eiseres verhuurt een woning aan gedaagden en vordert ontruiming omdat de huurovereenkomst volgens haar voor bepaalde tijd, maximaal twee jaar, is gesloten en inmiddels is geëindigd. Gedaagden betwisten dit en stellen dat de huurovereenkomst aanvankelijk voor één jaar was en daarna stilzwijgend is verlengd voor onbepaalde tijd, mede omdat eiseres niet tijdig heeft geïnformeerd over het einde van de huur.
De kantonrechter overweegt dat de vordering alleen kan worden toegewezen als het zeer waarschijnlijk is dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de huurovereenkomst eindigt op de beoogde datum. Dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede omdat de huurovereenkomststekst en het gedrag van partijen wijzen op een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. Partijen worden geadviseerd nader te onderhandelen over een praktische oplossing, waarbij gedaagden mogelijk een passende vergoeding kunnen krijgen voor gemaakte kosten aan de tuin.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming worden afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat de huurovereenkomst rechtsgeldig eindigt.