ECLI:NL:RBOVE:2024:3485

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
08.132038.22 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 5 OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 361 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs hennepteelt en stroomdiefstal

De rechtbank Overijssel heeft op 2 juli 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen van 685 hennepplanten en het illegaal afnemen van stroom in een bedrijfspand in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020.

Tijdens het onderzoek werd een hennepkwekerij met 685 planten aangetroffen en werd vastgesteld dat de elektriciteit illegaal werd afgenomen. Verdachte verklaarde het pand te hebben verhuurd aan een derde en kwam slechts kort één à twee keer per week in de hal van het pand. De officier van justitie achtte de feiten bewezen, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om vast te stellen dat verdachte betrokken was bij de hennepteelt of stroomdiefstal. Hoewel omstandigheden in het pand op een kwekerij wezen, kon niet worden vastgesteld dat verdachte hiervan op de hoogte was of deze heeft waargenomen.

De benadeelde partij Coteq Netbeheer B.V. werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte vrijgesproken werd en de schadevordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor hennepteelt en stroomdiefstal.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.132038.22 (P)
Datum vonnis: 2 juli 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1957 in [geboorteplaats],
BRP-adres: [adres 1] (Spanje).

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 juni 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de gemachtigde raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020 in [plaats] opzettelijk 685 hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad (
feit 1). Daarnaast wordt hem verweten dat hij in die periode samen met anderen of alleen stroom heeft gestolen door middel van verbreking (
feit 2).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1
hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020, althans op 3 november 2020, in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk in een (bedrijfs)pand aan de van [adres 2]) aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten 685 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2
hij op een (of meer)tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020, in de gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, een grote hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coteq Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel
van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting in de meterkast, in elk geval buiten de meter om, te maken).

3.De bewijsoverwegingen

3.1
Inleiding
Op 3 november 2020 is door de politie een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen in een bedrijfspand aan de Van [adres 2] in [plaats]. In dit pand waren drie ruimtes ingericht als kweekruimte, waarin zich in totaal 685 hennepplanten bevonden. Een fraudespecialist van Coteq Netbeheer B.V. heeft geconstateerd dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal is afgenomen. Verdachte heeft het pand vanaf 1 januari 2020 gehuurd. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het pand vanaf 1 april 2020 aan [naam] heeft onderverhuurd. Ter onderbouwing van zijn verklaring heeft verdachte een huurovereenkomst en een kopie van een identiteitsbewijs van [naam] aan de politie overgelegd. Het is tijdens het opsporingsonderzoek niet gelukt om [naam] te traceren. Verder heeft verdachte verklaard dat hij één à twee keer per week kort in de hal van het pand kwam. Op die momenten heeft verdachte naar eigen zeggen geen indicaties van een hennepkwekerij opgemerkt.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
3.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs volledig van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.
3.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte, zoals onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde is gelegd, in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020 opzettelijk 685 hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad en al dan niet samen met anderen stroom heeft gestolen door middel van verbreking. De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank kan niet meer vaststellen dan dat verdachte één à tweemaal per week in de hal van het bedrijfspand aan de Van [adres 2] in [plaats] was, dat op de eerste verdieping van dit pand een in werking zijnde hennepkwekerij met 685 hennepplanten is aangetroffen en dat de stroom ten behoeve van die kwekerij illegaal is afgenomen. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte bij die hennepkwekerij en de daarmee gepaard gaande diefstal van stroom betrokken is geweest. De feiten en omstandigheden die uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgen, roepen vragen op, omdat in het pand omstandigheden waarneembaar waren die op de aanwezigheid van een hennepkwekerij duiden, zoals illegaal aangelegde bedrading en continu hoorbaar stromend water. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat verdachte deze omstandigheden op enig moment heeft waargenomen of heeft kunnen waarnemen. Het wettig en overtuigend bewijs daartoe ontbreekt. De rechtbank zal verdachte van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde vrijspreken.

4.De schade van de benadeelde

De vordering
Coteq Netbeheer B.V. heeft zich ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.297,91, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte wordt integraal van het onder feit 2 ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank zal de benadeelde partij Coteq Netbeheer B.V. daarom op de voet van artikel 361 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen die ten aanzien van de vordering tot op heden zijn gemaakt. Die kosten zijn tot vandaag begroot op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
de vordering van de benadeelde partij
  • bepaalt dat de
  • bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van de vordering zijn gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. de Jong, voorzitter, mr. A. van Holten en
mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Drent, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024.
Buiten staat
mr. A. van Holten is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
mr. L. Kesteloo is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.