ECLI:NL:RBOVE:2024:3522
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering NOW-3 subsidie wegens niet tijdig indienen definitieve aanvraag
Eiseres diende op 16 februari 2021 een aanvraag in voor een NOW-3 subsidie voor de vierde aanvraagperiode (januari tot en met maart 2021). De minister kende een voorschot van €18.681 toe. Voor de definitieve vaststelling moest eiseres een aanvullende aanvraag indienen, wat zij niet heeft gedaan. De minister besloot daarom het voorschot terug te vorderen.
Eiseres betoogde dat het alsnog aanleveren van gegevens binnen de wettelijke bezwaartermijn voldoende zou moeten zijn voor subsidie toekenning en voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar een andere zaak waarin een definitieve aanvraag tijdens bezwaar alsnog werd geaccepteerd. De minister stelde dat eiseres ruimschoots de tijd had gehad om de aanvraag in te dienen, inclusief herinneringsbrieven en een verlenging tot 19 april 2023, en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde omdat eiseres niet afhankelijk was van derden voor het aanleveren van documenten.
De rechtbank oordeelde dat het voorschot terecht werd teruggevorderd omdat eiseres niet tijdig de definitieve aanvraag had ingediend, ondanks duidelijke termijnen en herinneringen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de omstandigheden in de andere zaak wezenlijk verschilden. Hoewel het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd wat betreft belangenafweging, werd dit gebrek gepasseerd omdat de minister later alsnog een juiste belangenafweging had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiseres kreeg wel vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van de NOW-3 subsidie wordt ongegrond verklaard en het voorschot wordt terecht teruggevorderd.