Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ambtshalve toetsing.
135,00
Rechtbank Overijssel
De huurder huurt een woning van de verhuurders en heeft een huurachterstand opgebouwd. De verhuurders vorderen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand.
De huurder erkent de betalingsachterstand en verklaart dat deze is veroorzaakt door zijn slecht lopende onderneming en ziekte, maar dat hij inmiddels een Bbz-uitkering ontvangt en bezig is met het aflossen van schulden. De huurachterstand is op het moment van de mondelinge behandeling ingelopen tot ruim één maand.
De kantonrechter beoordeelt dat de omvang van de achterstand op het moment van dagvaarding ontbinding zou kunnen rechtvaardigen, maar dat de inmiddels ingelopen achterstand dit niet meer doet. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand en buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van verhuurders toegewezen.
De kantonrechter wijst erop dat indien de huurder niet meer recht heeft op de Bbz-uitkering of niet snel de achterstand inloopt, het verstandig kan zijn het aanbod van een goedkoper appartement te accepteren om verdere procedures te voorkomen.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de huurachterstand grotendeels is ingelopen, maar de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand, incassokosten en proceskosten.