Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ambtshalve toetsing.
135,00
Rechtbank Overijssel
De huurster huurt een woning van de verhuurder tegen een maandelijkse huurprijs van €755,13. Er is een huurachterstand ontstaan van €4.837,21 tot en met juni 2024, ondanks dat de huurster erkent dat zij deze schuld moet voldoen. De huurster heeft persoonlijke omstandigheden aangevoerd, zoals een recente beenbreuk en financiële problemen door een scheiding, en heeft toezeggingen gedaan om de achterstand in te lopen, maar heeft dit nog niet gerealiseerd.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur met nevenvorderingen. De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de huurachterstand, ruim zes maanden, voldoende zwaarwegend is om ontbinding te rechtvaardigen. Persoonlijke omstandigheden van de huurster wegen niet op tegen het belang van de verhuurder.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten toe. De huurster wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening de woning te ontruimen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De verhuurder heeft aangegeven niet te willen dat de huurster daadwerkelijk uit de woning wordt gezet, mits zij haar betalingsverplichtingen nakomt en zich aanmeldt voor bewindvoering.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurster wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en bijkomende kosten.