Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
- het verzoek tot schadevergoeding op grond van artikelen 530 en 533 Sv, met bijlagen;
- de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken van het dossier van de strafzaak tegen verzoekster;
- de conclusie van de officier van justitie van 22 april 2024;
- de door verzoekster, de raadsman en de officier van justitie gegeven toelichting in raadkamer.
2.Het verzoek
- € 1.220,-- voor de schade die verzoekster ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis heeft geleden;
- € 18.827,-- voor de schade wegens studievertraging;
- € 1.616,31 vanwege de kosten van een psycholoog.
3.De ontvankelijkheid
4.De standpunten
- afwijzing van de verzochte vergoeding van € 18.827,-- voor de schade wegens studievertraging;
- afwijzing van de verzochte vergoeding van € 1.616,31 vanwege de kosten van een psycholoog;
- toekenning van de verzochte vergoeding van € 1.220,-- voor de schade die verzoekster ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis heeft geleden;
- toekenning van de verzochte vergoeding van € 680,-- als proceskostenvergoeding voor de onderhavige procedure.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- kent op grond van artikel 530 Sv Pro een vergoeding toe van
- kent op grond van artikel 533 Sv Pro een vergoeding toe van
- beveelt na het onherroepelijk worden van deze beschikking betaling door de griffier van de genoemde bedragen door overboeking op de bankrekening met het IBAN-nummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten B.V. o.v.v. [nummer]/[verzoekster];