Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
of omstreeksde periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 in
elk geval inNederland,
één of meergeschriften,
dat/die bestemd
was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, in totaal
ongeveer1285,
in elk geval een groot aantal, in elk geval een of meerderetoetsingsrapporten risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), waaronder:
/of
en/of heeft vervalst, door telkens valselijk en in strijd met de waarheid op/in die toetsingsrapporten RI&E de naam en
/ofde handtekening van Hoger Veiligheidskundigen [naam 1] en
/of[naam 2] te vermelden, terwijl voornoemde personen deze toetsingsrapporten RI&E niet hadden opgemaakt en
/ofondertekend, zulks telkens met het oogmerk om
dat/die geschrift
(en
)als echt en onvervalst
te gebruiken en/ofdoor
een ander ofanderen te doen gebruiken.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
valsheid in geschrift,
meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarenzich schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen.
mr. I.M. Schaafsma- Roukema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Vis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024.