Op 14 november 2023 vond een gewapende overval plaats op een juwelierszaak waarbij twee mannen met bedekte gezichten sieraden stalen en geweld gebruikten tegen de eigenaresse. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen of medeplichtigheid aan deze overval, onder meer door het kopen van een moker en het besturen van de vluchtauto.
Tijdens de terechtzitting op 2 juli 2024 stelde de officier van justitie dat het subsidiair ten laste gelegde bewezen kon worden, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens gebrek aan bewijs voor bewuste samenwerking en het vereiste opzet. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor bewuste en nauwe samenwerking en dat het opzet voor medeplichtigheid ontbrak.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Het beslag op een geldbedrag werd deels opgeheven en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd ingetrokken.